MRSA

Staphylococcus aureus-stammen die het zogenaamde MecA-gen bezitten hebben een afwijkend resistentiepatroon. Ze worden MRSA genoemd: Meticilline Resistente Staphylococcus aureus.

MRSA's zijn ongevoelig voor alle ß-lactam antibiotica zoals flucloxacilline, amoxicilline/clavulaanzuur en cefuroxim. Bovendien zijn ze vaak ongevoelig voor een reeks van andere antibiotica waaronder aminoglycosiden, quinolonen en macroliden.

Voor vancomycine, en soms ook voor co-trimoxazol, fusidinezuur en rifampicine, zijn deze stammen wel gevoelig.

In Nederland hanteren wij het zogenaamde zoek-en-vernietig (‘search and destroy’)-beleid bij MRSA-besmetting bij de mens, dat wil zeggen dat dragers van MRSA actief opgespoord worden door risicopatiënten bij opname in het ziekenhuis te screenen door uitstrijken van neus, keel, perineum en eventueel wonden te kweken. MRSA-dragers onder patiënten worden altijd strikt geïsoleerd verpleegd. Tevens is het mogelijk dat een MRSA per toeval wordt aangetroffen in kweken zonder dat specifiek onderzoek op MRSA is aangevraagd. In dat geval wordt de patiënt direct geïsoleerd en worden andere patiënten en ziekenhuismedewerkers die met de MRSA-positieve patiënt in aanraking zijn geweest ook gecontroleerd.

Indien bij een risicopatiënt een snelle uitslag gewenst is, kan materiaal voor MRSA-PCR ingestuurd worden. Voor deze PCR kunnen dezelfde uitstrijken worden ingestuurd als voor de kweek. De PCR wordt van maandag tot en met vrijdag dagelijks uitgevoerd. In uitzonderlijke situaties kan, na ruggespraak met de dienstdoende arts-microbioloog, de PCR ook uitgevoerd worden buiten de normale kantooruren en in het weekeinde.

 

 

Go To Top