BRMO

Het Streeklaboratorium hanteert de onderstaande criteria voor de definities van bijzonder-resistente micro-organismen (BRMO). De criteria zijn gebaseerd op de landelijke richtlijnen van de Werkgroep Infectiepreventie (WIP).

Indien bij een patiënt een BRMO wordt gevonden kan er, afhankelijk van het gevonden micro-organisme én de antibiotica waar het micro-organisme resistent voor is, een indicatie zijn voor isolatie van de patiënt. De indicatie voor isolatie wordt vastgesteld door de lokale afdeling Infectiepreventie in de verschillende ziekenhuizen.

In de onderstaande tabellen worden de criteria voor BRMO aangegeven. Er is sprake van een BRMO indien de bacterie resistent is tegen de volgende middelen.

A = Resistentie tegen het betreffende antibioticum.

B = Combinatie van resistentie tegen antibiotica uit tenminste twee van de aangeduide antibioticagroepen.

C = Combinatie van resistentie voor antibiotica uit tenminste drie van de aangeduide antibioticagroepen.

Verklarende woordenlijst

Aminoglycosiden: groep van antibiotica, waaronder gentamicine, tobramycine en amikacine.

Carbapenems: groep van antibiotica, waaronder meropenem en imipenem.

Enterobacteriaceae: groep van fermentatieve, Gram-negatieve staven. Hieronder vallen o.a. Escherichia coli, Klebsiella, Proteus, Enterobacter en Citrobacter.

ESBL: verzamelnaam voor extended-spectrum beta-lactamase. Deze enzymen hydrolyseren cefalosporines van de derde generatie.

MRSA: Staphylococcus aureus. Per definitie draagt deze bacterie het mecA gen, dat de bacterie resistent maakt tegen alle beta-lactam antibiotica zoals penicillines en cefalosporines.

Quinolonen: groep van antibiotica, waaronder ciprofloxacine en norfloxacine.

VRSA: Vancomycine-resistente Staphylococcus aureus

Go To Top