Afname en insturen

Inzenden van materialen

Voor het inzenden van materialen kent het Streeklab een tweetal formulieren


- Infectieziekten (blauw): serologisch onderzoek en virale loadbepalingen.


- Infectiediagnostiek (rood): voor alle overige aanvragen.


Vul de formulieren zo volledig mogelijk in. Voor een goede administratieve verwerking alsmede een juiste interpretatie zijn gegevens over aanvrager, specialisme en klinische gegevens essentieel.

Houd het inzendformulier bij het materiaal en vermeld de naam van de patiënt én localisatie van het monster ook op het materiaal.

Voor bewaarcondities verwijzen wij naar de pagina's onder diagnostiek.

 

Verzenden van materialen

Voor het verzenden van materialen kunt u gebruik maken van de door het Streeklab geleverde verzendenvelop (te bestellen via de webshop).

Deze envelop kunt u inleveren op de volgende locaties:

- Op het Streeklab Haarlem op werkdagen tussen 8.30 en 17.00 uur

  Het Streeklab Haarlem bevindt zich in het laboratoriumgebouw op het terrein van het Spaarne Gasthuis, locatie Haarlem-Zuid (voormalig Kennemer Gasthuis, locatie Zuid)

- Streeklab Haarlem brievenbussen in de centrale hal van:

         * Spaarne Gasthuis locatie Haarlem-Noord (voormalig Kennemer Gasthuis, locatie noord);

         * Spaarne Gasthuis locatie Haarlem-Zuid (voormalig Kennemer Gasthuis, locatie zuid);

         * Rode Kruis Ziekenhuis

- Alle PostNL-inleverpunten (brievenbussen en winkels)

Afname urinekweek

Algemeen
Een urinekweek wordt verricht:
-
om een urineweginfectie met (potentieel) pathogene microorganismen aan te tonen of uit te sluiten; 
- om het aantal micro-organismen per ml te bepalen; 
- om het gevoeligheidspatroon van de verwekkers te bepalen;
- om onderscheid te kunnen maken tussen kolonisatie en infectie (b.v. bij bejaarden, kinderen of patiënten met een verblijfscatheter). 


Wijze afname
Bij voorkeur de eerste ochtendurine nemen.
Indien dit niet mogelijk is dan urine afnemen nadat drie uur niet is geplast.

Bij bejaarde patiënten en hele kleine kinderen is het onderscheid tussen kolonisatie, verontreiniging of urineweginfectie vaak moeilijk te bepalen. Eenmalige catheterisatie, onder steriele omstandigheden, is dan de aangewezen methode. In uitzonderlijke gevallen is een blaaspunctie door de arts een alternatief. Urine uit een verblijfscatheter is ook bruikbaar indien de urine uit de catheter zelf wordt gepuncteerd en niet uit de verzamelzak.

Bij prostatitis heeft het de voorkeur niet een middenportie, maar juist de eerst geproduceerde urine op te vangen. Onderzoek van “pussige afscheiding” of ejaculaat geeft echter betere onderzoeksresultaten. Bijzondere micro-organismen als Chlamydia en Trichomonas kunnen eveneens prostatitis veroorzaken.


Voor het nemen van urinemonsters zonder ingreep
Het is voor het onderzoek van belang dat de urine die wordt opgevangen zo zuiver mogelijk is. Daarom is het belangrijk dat de schaamstreek goed gewassen wordt.


Afname bij de vrouw
De schaamstreek (omgeving en de binnenkant van de schaamlippen) goed wassen onder de douche of met een schoon washandje. Spreid daarna met de vingers de schaamlippen (zodat de urine niet langs de huid kan lopen). Het eerste deel van de urine laten weglopen, deze portie bevat celdebris en darmbacteriën. Daarna urine opvangen in een schoon bakje of potje. 


Afname bij man
De penis (voorhuid teruggetrokken houden) goed wassen onder de douche of met schoon washandje.
Schuif de voorhuid naar achteren. Het eerste deel van de urine laten weglopen. Daarna urine opvangen in een schoon bakje of potje.  

Het verkrijgen van urine bij mogelijke prostatitis (indien geen pussige afscheiding  of ejaculaat)
Prostaatmassage is aangewezen, bacteriaemie is echter mogelijk. Na de voorhuid teruggetrokken te hebben, de glans wassen met water en zeep, afdrogen. De voorhuid teruggetrokken houden en urineren. De eerste portie van 15 à 25 ml opvangen in een schoon bakje of potje.


Het verkrijgen van urine bij zeer jonge kinderen
 
Genitalia wassen met water en zeep; droogdeppen met steriel gaas. 
Door prikkelen of afkoelen van de onderbuik proberen "spontaan" urine te laten lozen; scheut opvangen in schoon potje of bakje en overschenken in urinecontainer. 
Als dit niet lukt, zelfklevend plastic zakje aanbrengen en maximaal 30 minuten laten zitten; zodra zich urine in het zakje bevindt, met steriele spuit en naald het zakje -na desinfecteren -puncteren en de urine overbrengen in urinecontainer. Men dient zich te realiseren, dat bij monsterafname door middel van een kleefzakje de in de urine aangetroffen bacteriën afkomstig kunnen zijn van genitalia en perineum, hetgeen de interpretatie van positieve uitslagen bemoeilijkt. 


Het vullen van de buis met de groene dop
Voor het vullen van de buis met de groende dop kunt u gebruik maken van het geel/witte rietje met naald (zie foto).  

Het geel/witte rietje plaatst u in het bakje of potje met urine en u prikt de buis met de groene dop in het gele gedeelte van de rietje op de naald. De buis vult zich nu zelf met urine.

     

 

Afname oogkweek

Algemeen

Een ooguitstrijk wordt verricht om een specifieke verwekker van een ooginfectie aan te tonen, zodat gericht therapie gegeven kan worden.

Naast banale bacteriële verwekkers kunnen ooginfecties ook veroorzaakt worden door gonokokken, Chlamydia trachomatis en bepaalde virussen.

 


Mogelijke toepassingen

Verdenking op een bacteriële of virale conjunctivitis of keratitis, voor zover de uitkomst van het onderzoek therapeutische consequenties heeft. Bij verdenking op een SOA is altijd microbiologisch onderzoek geïndiceerd. Denk bij dragers van contactlenzen ook aan amoebenkeratitis (Acanthameuben). Bij pasgeborenen kunnen ooginfecties met Chlamydia en gonokokken voorkomen.

Benodigde klinische informatie

klinische waarschijnlijkheidsdiagnose, zoals conjunctivitis, keratitis, ulcus cum hypopyon, etc…

Wijze afname

Stuur een uitstrijk van het ontstoken deel van het oog in. Bij onderzoek op virus of Chlamydia moet eerst slijm of pus verwijderd worden voordat het materiaal kan worden afgenomen, aangezien deze micro-organismen in epitheelcellen voorkomen.


Voor onderzoek een ESwab met roze dop insturen.

Afname neuskweek

Algemeen

 Een neuskweek wordt verricht om dragerschap van Staphylococcus aureus (inclusief MRSA) in de neus aan te tonen of verwekkers van specifieke neuspathologie op te sporen.



 Mogelijke toepassingen 

  1. dragerschap van Staphylococcus aureus, inclusief MRSA
  2. zelden chronische rhinitis

 




Benodigde klinische informatie

Vermeld op het aanvraagformulier de specifieke vraagstelling voor het onderzoek.

 



Wijze afname


Neusuitstrijk (ESwab met roze dop) insturen met specifieke aanvraag. Wanneer het om dragerschap gaat, moet de uitstrijk van de binnenzijde van de neusvleugel (vestibulum nasi) worden gemaakt.
Indien het neusslijmvlies erg droog is, moet de wat met steriel water worden bevochtigd. 

Indien het om Meticilline-Resistente Staphylococcus Aureus (MRSA) gaat, moet dit in de aanvraag worden vermeld, zodat gericht kan worden gezocht. 
Gaat het om exsudaat dieper in de neusholte, dan kan de uitstrijk over de bodem van de neusholte worden gemaakt.

 

 

Afname keelkweek

Algemeen

Een keelkweek wordt verricht om pathogene micro-organismen aan te tonen.

Mogelijke toepassingen

  1. Keelontsteking
  2. MRSA dragerschap
  3. Specifieke infecties

Benodigde klinische informatie

Keeluitstrijk in ESwab met roze dop bij voorkeur met een specifieke aanvraag insturen. Indien er geen specifieke aanvraag is, wordt gewoonlijk vooral naar hemolytische streptokokken (Groep A, B en C) gezocht. Specifieke aanvragen kunnen zijn difterie, meticillineresistente Staphylococcus aureus (MRSA), gonokokken en gisten.

 

Wijze afname

Breng de wattendrager tot achter in de keel. Gebruik indien nodig een tongspatel om goed in de keel te kunnen kijken en de tong neer te houden. Met de wattenstok wordt een krachtige draaiende beweging (eventueel pus moet uit de tonsillen worden gedrukt) een uitstrijk gemaakt van beide tonsillen.

 

Afname feces

Algemeen
Een feceskweek wordt verricht om een pathogeen micro-organisme uit feces te isoleren.

Voedselinfecties en voedselvergiftigingen kunnen worden veroorzaakt door pathogene bacteriën, toxineproducerende micro-organismen of de toxinen zelf in voedsel.

Daarnaast kan een gastro-enteritis ook van virale of parasitaire oorsprong zijn.

Mogelijke toepassingen

  1. Diagnostiek bij gastro-enteritis
  2. Verdenking op dragerschap van darmpathogenen
  3. Mogelijke voedselvergiftiging of voedselinfectie bij meerdere personen
  4. Banale diarree bij overigens gezonde mensen gaat gewoonlijk spontaan over, ook wanneer de diarree in de tropen werd opgedaan. Laboratoriumonderzoek is vooral geïndiceerd indien meerdere mensen uit 1 gezin klachten vertonen, indien de klachten ernstig zijn of persisteren, en indien een groot risico bestaat voor besmetting van anderen.

 

Benodigde klinische informatie

Klinisch beeld (braken, diarree, koorts, krampen, bloedbijmenging, duur van de klachten, mogelijke relatie met voedsel, contact met bekende patiënten (Salmonella, Shigella), recent verblijf in het buitenland, immuun-/HIV-status, recent antibioticumgebruik, contact met (huis-)dieren, mogelijke bron van besmetting, tijdsduur tussen mogelijke besmetting en begin van de klachten en optreden van klachten bij één of meerdere personen.

Indien parasitologische diagnostiek gewenst is, dan dient het materiaal via de zogenaamde Dual  Feces Test (DFT-test) te worden aangeboden (zie aparte afname instructie voor DFT). Het onderzoek van voedselresten wordt door de Voedsel en Waren Autoriteit (voorheen Keuringsdienst van Waren) verricht.

 
Wijze afname

Zie hier voor de patiënteninformatie over afname feces.

 

Inzenden van materialen

Voor het inzenden van materialen kent het Streeklab een tweetal formulieren:

- Infectieziekten (blauw): serologisch onderzoek en virale loadbepalingen.


- Infectiediagnostiek (rood): voor alle overige aanvragen.


Vul de formulieren zo volledig mogelijk in. Voor een goede administratieve verwerking alsmede een juiste interpretatie zijn gegevens over aanvrager, specialisme en klinische gegevens essentieel.

Houd het inzendformulier bij het materiaal en vermeld de naam van de patiënt én localisatie van het monster ook op het materiaal.
De barcode op de bloedkweekflesjes moet altijd zichtbaar blijven!

Voor bewaarcondities verwijzen wij naar de pagina's onder diagnostiek.

Ophaaltijden


Regelmatig worden de te verzenden materialen vanuit de ziekenhuizen door de pendels van Atalmedial en het Streeklab Haarlem naar het Streeklab Haarlem gebracht.



 Zaterdagen, zondagen en feestdagen: eenmalig om 10.00 uur. 

Afname urinekweek

Algemeen

Een urinekweek wordt verricht:
- om een urineweginfectie met (potentieel) pathogene micro-organismen aan te tonen
  of uit te sluiten; 
- om het aantal micro-organismen per ml te bepalen; 
- om het gevoeligheidspatroon van de verwekkers te bepalen;
- om onderscheid te kunnen maken tussen kolonisatie en infectie (b.v. bij bejaarden, kinderen
   of patiënten met een verblijfskatheter). 

 

Materiaal

Bij voorkeur de eerste ochtendurine nemen.

Indien dit niet mogelijk is dan urine afnemen nadat drie uur niet is geplast.

Bij bejaarde patiënten en hele kleine kinderen is het onderscheid tussen kolonisatie, verontreiniging of urineweginfectie vaak moeilijk te bepalen. Eenmalige catheterisatie, onder steriele omstandigheden afgenomen, is dan de aangewezen methode. In uitzonderlijke gevallen is een blaaspunctie door de arts een alternatief. Urine uit een verblijfskatheter is ook bruikbaar indien de urine uit de katheter zelf wordt gepuncteerd en niet uit de verzamelzak.

Bij prostatitis heeft het de voorkeur niet een middenportie, maar juist de eerst geproduceerde urine op te vangen. Onderzoek van t “pussige afscheiding” of ejaculaat geeft echter betere onderzoeksresultaten.

Bijzondere microorganismen als Chlamydia en Trichomonas kunnen eveneens prostatitis veroorzaken.

 

Richtlijnen

voor het nemen van urinemonsters zonder ingreep

Het is voor het onderzoek van belang dat de urine die wordt opgevangen zo zuiver mogelijk is. Daarom is het belangrijk dat de schaamstreek goed gewassen wordt.

 


Afname bij de vrouw

De schaamstreek (omgeving en de binnenkant van de schaamlippen) goed wassen onder de douche of met een schoon washandje. Spreid daarna met de vingers de schaamlippen (zodat de urine niet langs de huid kan lopen). Het eerste deel van de urine laten weglopen, deze portie bevat celdebris en darmbacteriën. Daarna de container volplassen tot 1 cm. onder de rand.* 

 

Afname bij man

De penis (voorhuid teruggetrokken houden) goed wassen onder de douche of met schoon washandje.

Schuif de voorhuid naar achteren. Het eerste deel van de urine laten weglopen en daarna de container volplassen tot 1 cm onder de rand.*

 

Het verkrijgen van urine bij mogelijke prostatitis (indien geen pussige afscheiding  of ejaculaat)

Prostaatmassage is aangewezen, bacteriaemie is echter mogelijk. Na de voorhuid teruggetrokken te hebben, de glans wassen met water en zeep, afdrogen. De voorhuid teruggetrokken houden en urineren.

De eerste portie van 15 à 25 ml opvangen in de urinecontainer.*

 

Het verkrijgen van urine bij zeer jonge kinderen 

Genitalia wassen met water en zeep; droogdeppen met steriel gaas. 

Door prikkelen of afkoelen van de onderbuik proberen "spontaan" urine te laten lozen; scheut opvangen in schoon potje of bakje en overschenken in urinecontainer. 

Als dit niet lukt, zelfklevend plastic zakje aanbrengen en maximaal 30 minuten laten zitten; zodra zich urine in het zakje bevindt, met steriele spuit en naald het zakje -na desinfecteren -puncteren en de urine overbrengen in urinecontainer. Men dient zich te realiseren, dat bij monsterafname door middel van een kleefzakje de in de urine aangetroffen bacteriën afkomstig kunnen zijn van genitalia en perineum, hetgeen de interpretatie van positieve uitslagen bemoeilijkt. 

* als het te lastig is om rechtstreeks in de container te plassen dan in een goed schoongemaakt potje of bakje plassen en de opgevangen urine direct overschenken in de laboratoriumcontainer.


 

Wijze van insturen

Urine insturen in daartoe bestemde urinecontainer 



 

Bewaarcondities tot transport

Koelkast (2-8 ºC) , maximaal 24 uur indien direct inzenden niet mogelijk is.

 

Methode

Urinemonsters worden naar wijze van afnemen onderverdeeld in:

  1. Urine (gewassen)
  2. Urine, eenmalige catheter/blaaspunctie
  3. Urine CAD/suprapubisch

Het bacteriologisch onderzoeken van urine omvat microscopie, semikwantitatieve kweek op vaste voedingsbodems en indien nodig determinatie en gevoeligheidsbepaling van de gevonden microorganismen. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met het aantal bacteriën per ml urine, het aantal soorten bacteriën, de aanwezigheid van leukocyten in de urine en de manier waarop het materiaal verkregen is.

 

Aanvraagformulier

Altijd vermelden hoe de urine is afgenomen in verband met beoordeling van de kweek.

Altijd vermelden indien er verdenking is op (chronische) prostatitis. Kleinere aantallen van “normale flora” kunnen namelijk dan al van betekenis zijn.

Vermeld de eerste ziektedag, de afnamedatum en -tijd. Tevens graag vermelden van de klinische gegevens en het al dan niet gebruiken van welke antibiotica, de hoogte van de dosering en sinds wanneer de antibiotica is toegediend.


 

Referentiemateriaal

Geen groei.

Bij meer dan 100 bacteriën (van een soort) per ml spontaan geloosde urine kan al sprake zijn van een urineweginfectie. Bijvoorbeeld bij een Honeymoon cystitis met een Staphylococcus saprophyticus. Bij cystoscopie, blaaspunctie-urine, of cystoscopie-urine kunnen lagere bacterieaantallen al wijzen op een infectie.


Indien de urine op de juiste wijze  is afgenomen en verstuurd en er toch meer dan 3 soorten bacteriën worden gevonden dan wijst dit vaak op kolonisatie van de urinewegen en/of biofilm vorming  bij  een verblijfskatheter.

 

Onderzoeksduur

2 tot 4 werkdagen 

Afname oogkweek

Algemeen

Een ooguitstrijk wordt verricht om een specifieke verwekker van een ooginfectie aan te tonen, zodat gericht therapie gegeven kan worden.

Naast banale bacteriële verwekkers kunnen ooginfecties ook veroorzaakt worden door gonokokken, Chlamydia trachomatis en bepaalde virussen.

 


Mogelijke toepassingen

Verdenking op een bacteriële of virale conjunctivitis of keratitis, voor zover de uitkomst van het onderzoek therapeutische consequenties heeft. Bij verdenking op een SOA is altijd microbiologisch onderzoek geïndiceerd. Denk bij dragers van contactlenzen ook aan amoebenkeratitis (Acanthameuben). Bij pasgeborenen kunnen ooginfecties met Chlamydia en gonokokken voorkomen.

Benodigde klinische informatie

klinische waarschijnlijkheidsdiagnose, zoals conjunctivitis, keratitis, ulcus cum hypopyon, etc…

Beschrijving methodes

Stuur een uitstrijk van het ontstoken deel van het oog in. Bij onderzoek op virus of Chlamydia moet eerst slijm of pus verwijderd worden voordat het materiaal kan worden afgenomen, aangezien deze micro-organismen in epitheelcellen voorkomen.


Voor onderzoek op banale verwekkers, gonokokken en PCR virologisch onderzoek, de wattenstok met een roze dop insturen (zie foto).

Onderzoek op Chlamydia, maar ook op gonokokken kan  plaatsvinden met behulp van moleculaire technieken (PCR). Hiervoor dient een wattenstok met roze dop te worden ingestuurd.

 

Interpretatie

Coagulase-negatieve stapylokokken, corynebacteriën, propionibacteriën en vergroenende streptokokken kunnen ook bij gezonde ogen worden gevonden. Waarschijnlijk gaat het dan om contaminatie vanuit de ooglidrand. 

Bij bacteriële conjunctivitis kunnen Staphylococcus aureus, Streptococcus pyogenes, pneumokokken, Haemophilus influenzae en gonokokken worden geïsoleerd. Bij dragers van contactlenzen kunnen amoeben en ook verschillende gramnegatieve staven (Entereobacteriaceae en Pseudomonadaceae) worden geïsoleerd. Vooral bij keratitis kan dit belangrijk zijn.

Bewaarcondities voor transport

Koelkast (2-8º)

Frequentie

Alle werkdagen

Onderzoeksduur

2-5 werkdagen

 

Afname neuskweek

Algemeen

 Een neuskweek wordt verricht om dragerschap van Staphylococcus aureus (inclusief MRSA) in de neus aan te tonen of verwekkers van specifieke neuspathologie op te sporen.



 Mogelijke toepassingen 

  1. dragerschap van Staphylococcus aureus, inclusief MRSA
  2. zelden chronische rhinitis

 

De wattenstok die  gebruikt wordt voor afname van kweekmateriaal ten behoeve van bacteriologisch onderzoek heeft een roze dop.
Na afname van het materiaal wordt de swab op het breekpunt afgebroken, in het verzendbuisje geplaatst en de roze dop goed vastgedraaid.

 




Benodigde klinische informatie

Vermeld op het aanvraagformulier de specifieke vraagstelling voor het onderzoek.

 



Beschrijving methodes


Neusuitstrijk insturen met specifieke aanvraag. Wanneer het om dragerschap gaat, moet de uitstrijk van de binnenzijde van de neusvleugel (vestibulum nasi) worden gemaakt.
Indien het neusslijmvlies erg droog is, moet de wat met steriel water worden bevochtigd. 

Indien het om Meticilline-Resistente Staphylococcus Aureus (MRSA) gaat, moet dit in de aanvraag worden vermeld, zodat gericht kan worden gezocht. 
Gaat het om exsudaat dieper in de neusholte, dan kan de uitstrijk over de bodem van de neusholte worden gemaakt.

 



Interpretatie



Bij chronische rhinitis zijn er enkele specifieke ziektebeelden met specifieke verwekkers. Zo is er rinoscleroom met Klebsiella rhinoscleromatis en ozaena met Klebsiella ozaenae. Bij chronische rhinitis kunnen ook andere gramnegatieve staven (enterobacteriaceae of Pseudomonadaceae) een rol spelen.



Voor het aantonen van MRSA-dragerschap is een neuskweek belangrijk. Soms is dragerschap eenzijdig of worden de bacteriën gemist. Daarom is het goed beide neusgaten uit te strijken.



Bij hoestende kinderen bij wie geen sputum voor onderzoek kan worden verkregen, kan beter een neus-keeluitstrijk dan een neusuitstrijk, een zogenaamde pernasale wat, worden ingestuurd.



 

Voor afname uit de nasopharynx ten behoeve van  bacteriologische diagnostiek, dient gebruik te worden gemaakt van de swab met minitip (urethra). Na afname van het material wordt de swab op het breekpunt afgebroken en in het verzendbuisje geplaatst en de oranje dop goed vastgedraaid.



 

Bewaarcondities voor transport


Koelkast (2-8º)

 



Frequentie


Alle werkdagen



 

Onderzoeksduur

2-3 werkdagen


 

Afname keelkweek

Algemeen

Een keelkweek wordt verricht om pathogene micro-organismen aan te tonen.

Mogelijke toepassingen

  1. Keelontsteking
  2. MRSA dragerschap
  3. Specifieke infecties

De wattenstok  dat wordt gebruikt  voor afname van kweekmateriaal voor zowel bacteriologisch onderzoek als virologisch onderzoek heeft een roze dop (zie foto). Na afname van het materiaal wordt de swab op het breekpunt afgebroken in het verzendbuisje geplaatst en de roze dop op het verzendbuisje goed vastgedraaid.

Benodigde klinische informatie

Klinisch beeld, waarschijnlijkheidsdiagnose.

Beschrijving methodes

Keeluitstrijk in specifiek transportmedium en bij voorkeur met een specifieke aanvraag insturen. Indien er geen specifieke aanvraag is, wordt gewoonlijk vooral naar hemolytische streptokokken (Groep A, B en C) gezocht. Specifieke aanvragen kunnen zijn difterie, meticillineresistente Staphylococcus aureus (MRSA), gonokokken en gisten.





Uitvoering keelkweek

Breng de wattendrager tot achter in de keel. Gebruik indien nodig een tongspatel om goed in de keel te kunnen kijken en de tong neer te houden. Met de wattenstok wordt een krachtige draaiende beweging (eventueel pus moet uit de tonsillen worden gedrukt) een uitstrijk gemaakt van beide tonsillen.

Bewaarcondities voor transport

Koelkast (2-8º)

Interpretatie

De interpretatie van de bevindingen hangt vooral af van de aard van het laboratoriumonderzoek en deze weer van de specificatie bij de aanvraag. Een negatief resultaat behoeft dus bijvoorbeeld difterie niet altijd uit te sluiten. Dragerschap van groep A-streptokokken komt voor, ook bij een virale keelontsteking, zodat isolatie niet bewijzend is voor streptokokken-angina.

Frequentie

Alle werkdagen

Onderzoeksduur

2-5 werkdagen

  

 

Afname feces

 

Algemeen
Een feceskweek wordt verricht om een pathogeen micro-organisme uit feces te isoleren.

Voedselinfecties en voedselvergiftigingen kunnen worden veroorzaakt door pathogene bacteriën, toxineproducerende micro-organismen of de toxinen zelf in voedsel.

Daarnaast kan een gastro-enteritis ook van virale of parasitaire oorsprong zijn.

 Mogelijke toepassingen

  1. Diagnostiek bij gastro-enteritis
  2. Verdenking op dragerschap van darmpathogenen
  3. Mogelijke voedselvergiftiging of voedselinfectie bij meerdere personen
  4. Banale diarree bij overigens gezonde mensen gaat gewoonlijk spontaan over, ook wanneer de diarree in de tropen werd opgedaan. Laboratoriumonderzoek is vooral geïndiceerd indien meerdere mensen uit 1 gezin klachten vertonen, indien de klachten ernstig zijn of persisteren, en indien een groot risico bestaat voor besmetting van anderen.

 

Benodigde klinische informatie

Klinisch beeld (braken, diarree, koorts, krampen, bloedbijmenging, duur van de klachten, mogelijke relatie met voedsel, contact met bekende patiënten (Salmonella, Shigella), recent verblijf in het buitenland, immuun-/HIV-status, recent antibioticumgebruik, contact met (huis-)dieren, mogelijke bron van besmetting, tijdsduur tussen mogelijke besmetting en begin van de klachten en optreden van klachten bij één of meerdere personen.

 

Beschrijving methodes

De meeste pathogene bacteriën worden op selectieve media gekweekt. Zonder aanvullende informatie of specifieke aanvraag worden alleen Salmonella, Shigella en Campylobacter onderzocht. Bij vermelding van recent antibioticumgebruik, het ontstaan van diarrhee na opname in een kliniek of op specifieke aanvraag wordt tevens diagnostiek op Clostridium difficile ingezet.

Onderzoek op andere verwekkers gebeurt uitsluitend op specifieke aanvraag of indien de verstrekte klinische informatie daar aanleiding toe geeft. Het gaat hierbij om Aeromonas, Plesiomonas, Vibrio en Yersinia en om toxine producerende stammen van Staphylococcus aureus, Clostridium perfringens, Clostridium botulinum, Vibrio parahaemolyticum, Bacillus cereus, STEC (Shiga toxine producerende Ecoli).

Indien virale diagnostiek gewenst is wordt diagnostiek verricht naar Rotavirus, Adenovirussen en Norovirussen.

Indien parasitologische diagnostiek gewenst is, dan dient het materiaal via de zogenaamde Dual  Feces Test (DFT-test) te worden aangeboden (zie aparte afname instructive voor DFT). Het onderzoek van voedselresten wordt door de Voedsel en Waren Autoriteit (voorheen Keuringsdienst van Waren) verricht.

 

Wijze van insturen

Afhankelijk van het gewenste onderzoek wordt feces voor bacteriële of virale diagnostiek in fecescontainer ingestuurd. Indien onderzoek ook op parasieten gewenst is, dan volstaat een DFT-set. Voor afnameinstructies zie de instructie afname feces (patiënt)

  

Bewaarcondities voor transport

Fecescontainer: koelkast (2-8ºC)

DFT-test: kamertemperatuur

Aanvraagformulier

Altijd klinische gegevens en mogelijke bron van besmetting vermelden.

Bij verblijf in het buitenland, vermelden waar en wanneer.

Specifieke aanvragen (naast Salmonella, Shigella en Campylobacter) apart aanvragen.

Interpretatie

Gezien het grote aantal darmpathogenen wordt in het laboratorium gezocht naar de meest prevalente verwekkers, tenzij sprake is van een specifieke aanvraag. Bij infectieuze enteritis is de verwekker vaak in ruime mate aanwezig en zal hij vlot gevonden worden. In dit geval is eenmalig onderzoek meestal voldoende. Bij dragerschap is de bacteriedichtheid meestal lager en kunnen meerdere onderzoeken nodig zijn om dragerschap uit te sluiten. Van het laboratorium mag worden verwacht dat een onderzoek niet als ‘negatief’ wordt afgegeven zonder de vermelding naar welke micro-organismen werd gezocht.


Bij voedselvergiftiging zijn de geïsoleerde bacteriën pas relevant wanneer ze in grote dichtheid voorkomen.

Bacillus cereus komt algemeen voor. De bacterie wordt nogal eens aangetroffen in rauwkost en gedroogd voedsel, bijvoorbeeld soepgroenten, maar ook wel in nasi goreng vleesspijzen en sauzen.

Staphylococcus aureus komt vooral op de menselijke huid en in huisstof voor. Bij voedselvergiftiging door deze bacterie is er geen koorts.

Clostridium perfringens komt vooral voor in geconserveerde levensmiddelen en geeft vaak primair verlammingsverschijnselen.

Vibrio parahaemolyticum kan in zeebanket voorkomen. Behalve deze bacteriële oorzaken zijn er nog vergiftigingen door paddestoelen, schelpdieren en chemicaliën.


Het resultaat van laboratoriumonderzoek is niet altijd belangrijk voor de behandeling van de patiënten, maar het kan helpen bij het voorkomen van explosies.



 

Frequentie

Alle werkdagen.

Onderzoeksduur

2 tot 4 dagen.

Afname DFT materiaal/Ontlasting voor parasietenonderzoek

D.F.T.© - test voor ontlasting onderzoek op darmparasieten

Inhoud

De test bestaat uit 2 containers: 1 container zonder vloeistof (A) en 1 container met vloeistof (B).

Op één dag moet ontlasting, direct na productie, in beide containers gedaan worden.

Noteer op beide containers naam, geboortedatum en dag van afname van de patiënt.
Na het vullen dienen beide containers zo snel mogelijk op het laboratorium afgeleverd - of naar het laboratorium opgestuurd te worden.

 

Opmerkingen

  1. Patiënten met zichtbaar bloed op de ontlasting dienen in de containers behalve ontlasting met name ook bloed en slijm te doen, omdat daar de parasieten in kunnen zitten. De 2 containers moeten daarna direct naar het laboratorium gebracht worden.
  2. Indien u meerdere malen per dag ontlasting produceert, slechts met één productie beide containers vullen.
  3. Met name bij zgn. doorspoeltoiletten valt de ontlasting vaak direct in het water. Dit maakt het verzamelen lastig en kan de opbrengst van het parasitologisch onderzoek verminderen. Door voor de ontlastingproductie enkele langere stukken dubbelgevouwen toiletpapier op het wateroppervlak te laten vallen, wordt dit enigszins afgedekt. De ontlasting kan dan vanaf het papier verzameld worden.
  4. De containers kunnen bij kamertemperatuur bewaard worden.
  5. De gebruikte SAF-vloeistof heeft een geringe toxiciteit voor volwassenen. Huidcontact is, indien direct met water afgespoeld, niet schadelijk. De waarschuwing dient met name bij het voorkomen van het drinken van de vloeistof door kinderen.
  6. Voor verdere informatie en/of vragen met betrekking tot de uitvoering van deze test (dus niet de uitslag) kunt u contact opnemen met het laboratorium.
  7. De verpakking niet weggooien: hergebruiken voor retourzending

 

Inzenden van materialen

Voor het inzenden van materialen kent het Streeklab Haarlem een tweetal formulieren:


- Infectieziekten (blauw): serologisch onderzoek en virale loadbepalingen.


- Infectiediagnostiek (rood): voor alle overige aanvragen.


Vul de formulieren zo volledig mogelijk in. Voor een goede administratieve verwerking alsmede een juiste interpretatie zijn gegevens over aanvrager, specialisme en klinische gegevens essentieel.

Houd het inzendformulier bij het materiaal en vermeld de naam van de patiënt én de localisatie van het monster ook op het materiaal.

Voor bewaarcondities verwijzen wij naar de pagina's onder diagnostiek.

 

Verzenden van materialen

Voor het verzenden van materialen kunt u gebruik maken van de door het Streeklab geleverde verzendenvelop (te bestellen via de webshop).

Deze envelop kunt u inleveren op de volgende locaties:

- Op het Streeklab Haarlem op werkdagen tussen 8.30 en 17.00 uur
  Het Streeklab Haarlem bevindt zich in het laboratoriumgebouw op het terrein van het Spaarne Gasthuis locatie Haarlem-Zuid.

- Streeklab Haarlem brievenbussen in de centrale hal van:

         * Spaarne Gasthuis locatie Haarlem-Noord;

       * Spaarne Gasthuis locatie Haarlem-Zuid;

       * Rode Kruis Ziekenhuis.

- Alle PostNL-inleverpunten (brievenbussen en winkels)

- Alle Atalmedial prikposten

Afname urinekweek

Algemeen
Een urinekweek wordt verricht:
- om een urineweginfectie met (potentieel) pathogene micro-organismen aan te tonen of uit te sluiten; 
- om het aantal micro-organismen per ml te bepalen; 
- om het gevoeligheidspatroon van de verwekkers te bepalen;
- om onderscheid te kunnen maken tussen kolonisatie en infectie (b.v. bij bejaarden, kinderen of patiënten met een verblijfskatheter). 

Materiaal
Bij voorkeur de eerste ochtendurine (plas) nemen.
Indien dit niet mogelijk is dan urine afnemen nadat drie uur niet is geplast

Bij bejaarde patiënten en hele kleine kinderen is het onderscheid tussen kolonisatie, verontreiniging of urineweginfectie vaak moeilijk te bepalen. Eenmalige catheterisatie, onder steriele omstandigheden afgenomen, is dan de aangewezen methode. In uitzonderlijke gevallen is een blaaspunctie door de arts een alternatief. Urine uit een verblijfskatheter is ook bruikbaar indien de urine uit de katheter zelf wordt gepuncteerd en niet uit de verzamelzak.
Bij prostatitis heeft het de voorkeur niet een middenportie, maar juist de eerst geproduceerde urine op te vangen. Onderzoek van “pussige afscheiding” of ejaculaat geeft echter betere onderzoeksresultaten. Bijzondere micro-organismen als Chlamydia en Trichomonas kunnen eveneens prostatitis veroorzaken.

Richtlijnen
Voor het nemen van urinemonsters zonder ingreep
Het is voor het onderzoek van belang dat de urine die wordt opgevangen zo zuiver mogelijk is. Daarom is het belangrijk dat de schaamstreek goed gewassen wordt.

Afname bij de vrouw
De schaamstreek (omgeving en de binnenkant van de schaamlippen) goed wassen onder de douche of met een schoon washandje. Spreid daarna met de vingers de schaamlippen (zodat de urine niet langs de huid kan lopen). Het eerste deel van de urine laten weglopen, deze portie bevat celdebris en darmbacteriën. Daarna de urine opvangen in een schoon bakje of potje. 

Afname bij man
De penis (voorhuid teruggetrokken houden) goed wassen onder de douche of met schoon washandje.
Schuif de voorhuid naar achteren. Het eerste deel van de urine laten weglopen en daarna de urine opvangen in een schoon bakje of potje.  

Het verkrijgen van urine bij mogelijke prostatitis (indien geen pussige afscheiding  of ejaculaat)
Prostaatmassage is aangewezen, bacteriaemie is echter mogelijk. Na de voorhuid teruggetrokken te hebben, de glans wassen met water en zeep, afdrogen. De voorhuid teruggetrokken houden en urineren. De eerste portie van 15 à 25 ml opvangen in een schoon bakje of potje.

Het verkrijgen van urine bij zeer jonge kinderen 
Genitalia wassen met water en zeep; droogdeppen met steriel gaas. 
Door prikkelen of afkoelen van de onderbuik proberen "spontaan" urine te laten lozen; scheut opvangen in schoon potje of bakje. 
Als dit niet lukt, zelfklevend plastic zakje aanbrengen en maximaal 30 minuten laten zitten; zodra zich urine in het zakje bevindt, met steriele spuit en naald het zakje -na desinfecteren -puncteren en de urine overbrengen in de buis met groene dop. Men dient zich te realiseren, dat bij monsterafname door middel van een kleefzakje de in de urine aangetroffen bacteriën afkomstig kunnen zijn van genitalia en perineum, hetgeen de interpretatie van positieve uitslagen bemoeilijkt. 

Het vullen van de buis met de groene dop
Voor het vullen van de buis met de groende dop kunt u gebruik maken van het geel/witte rietje met naald (zie foto).  Het geel/witte rietje plaatst u in het bakje of potje met urine en u prikt de buis met de groene dop in het gele gedeelte van de rietje op de naald. De buis vult zich nu zelf met urine. 

 

Wijze van insturen
De afgenomen urinebuis dient te worden geplaatst met de bijgeleverde materialen in de verzendenveloppe. Tevens dient het ingevulde aanvraagformulier van de huisarts in de envelope te worden geplaatst. In de verzendenveloppe is een korte instructie bijgesloten, waarin is omschreven op welke wijze de buis moet worden verpakt in de envelope.

Bewaarcondities tot transport
Koelkast (2-8 ºC) , maximaal 24 uur indien direct inzenden niet mogelijk is.

Aanvraagformulier
Altijd vermelden hoe de urine is afgenomen in verband met beoordeling van de kweek.
Altijd vermelden indien er verdenking is op (chronische) prostatitis. Kleinere aantallen van “normale flora” kunnen namelijk dan al van betekenis zijn.
Vermeld de eerste ziektedag, de afnamedatum en -tijd. Tevens graag vermelden van de klinische gegevens en het al dan niet gebruiken van welke antibiotica, de hoogte van de dosering en sinds wanneer de antobiotica is toegediend.

Referentiemateriaal
Geen groei
Bij meer dan 100 bacteriën (van een soort) per ml spontaan geloosde urine kan al sprake zijn van een urineweginfectie. Bijvoorbeeld bij een Honeymoon cystitis met een Staphylococcus saprophyticus. Bij cystoscopie, blaaspunctie-urine, of cystoscopie-urine kunnen lagere bacterieaantallen al wijzen op een infectie.

Indien de urine op de juiste wijze  is afgenomen en verstuurd en er toch meer dan 3 soorten bacteriën worden gevonden dan wijst dit vaak op kolonisatie van de urinewegen en/of biofilm vorming  bij  een verblijfskatheter.

Onderzoeksduur
2 tot 4 werkdagen

Afname oogkweek

Algemeen

Een ooguitstrijk wordt verricht om een specifieke verwekker van een ooginfectie aan te tonen, zodat gericht therapie gegeven kan worden.

Naast banale bacteriële verwekkers kunnen ooginfecties ook veroorzaakt worden door gonokokken, Chlamydia trachomatis en bepaalde virussen.

 


Mogelijke toepassingen

Verdenking op een bacteriële of virale conjunctivitis of keratitis, voor zover de uitkomst van het onderzoek therapeutische consequenties heeft. Bij verdenking op een SOA is altijd microbiologisch onderzoek geïndiceerd. Denk bij dragers van contactlenzen ook aan amoebenkeratitis (Acanthameuben). Bij pasgeborenen kunnen ooginfecties met Chlamydia en gonokokken voorkomen.

Benodigde klinische informatie

klinische waarschijnlijkheidsdiagnose, zoals conjunctivitis, keratitis, ulcus cum hypopyon, etc…

Beschrijving methodes

Stuur een uitstrijk van het ontstoken deel van het oog in. Bij onderzoek op virus of Chlamydia moet eerst slijm of pus verwijderd worden voordat het materiaal kan worden afgenomen, aangezien deze micro-organismen in epitheelcellen voorkomen.


Voor onderzoek op banale verwekkers, gonokokken en PCR virologisch onderzoek, de wattenstok met een roze dop insturen (zie foto).

Onderzoek op Chlamydia, maar ook op gonokokken kan  plaatsvinden met behulp van moleculaire technieken (PCR). Hiervoor dient een wattenstok met roze dop te worden ingestuurd.

 

Interpretatie

Coagulase-negatieve stapylokokken, corynebacteriën, propionibacteriën en vergroenende streptokokken kunnen ook bij gezonde ogen worden gevonden. Waarschijnlijk gaat het dan om contaminatie vanuit de ooglidrand. 

Bij bacteriële conjunctivitis kunnen Staphylococcus aureus, Streptococcus pyogenes, pneumokokken, Haemophilus influenzae en gonokokken worden geïsoleerd. Bij dragers van contactlenzen kunnen amoeben en ook verschillende gramnegatieve staven (Entereobacteriaceae en Pseudomonadaceae) worden geïsoleerd. Vooral bij keratitis kan dit belangrijk zijn.

Bewaarcondities voor transport

Koelkast (2-8º)

Frequentie

Alle werkdagen

Onderzoeksduur

2-5 werkdagen

 

Afname neuskweek

Algemeen

 Een neuskweek wordt verricht om dragerschap van Staphylococcus aureus (inclusief MRSA) in de neus aan te tonen of verwekkers van specifieke neuspathologie op te sporen.



 Mogelijke toepassingen 

  1. dragerschap van Staphylococcus aureus, inclusief MRSA
  2. zelden chronische rhinitis

 

De wattenstok die  gebruikt wordt voor afname van kweekmateriaal ten behoeve van bacteriologisch onderzoek heeft een roze dop.
Na afname van het materiaal wordt de swab op het breekpunt afgebroken, in het verzendbuisje geplaatst en de roze dop goed vastgedraaid.

 




Benodigde klinische informatie

Vermeld op het aanvraagformulier de specifieke vraagstelling voor het onderzoek.

 



Beschrijving methodes


Neusuitstrijk insturen met specifieke aanvraag. Wanneer het om dragerschap gaat, moet de uitstrijk van de binnenzijde van de neusvleugel (vestibulum nasi) worden gemaakt.
Indien het neusslijmvlies erg droog is, moet de wat met steriel water worden bevochtigd. 

Indien het om Meticilline-Resistente Staphylococcus Aureus (MRSA) gaat, moet dit in de aanvraag worden vermeld, zodat gericht kan worden gezocht. 
Gaat het om exsudaat dieper in de neusholte, dan kan de uitstrijk over de bodem van de neusholte worden gemaakt.

 



Interpretatie



Bij chronische rhinitis zijn er enkele specifieke ziektebeelden met specifieke verwekkers. Zo is er rinoscleroom met Klebsiella rhinoscleromatis en ozaena met Klebsiella ozaenae. Bij chronische rhinitis kunnen ook andere gramnegatieve staven (enterobacteriaceae of Pseudomonadaceae) een rol spelen.



Voor het aantonen van MRSA-dragerschap is een neuskweek belangrijk. Soms is dragerschap eenzijdig of worden de bacteriën gemist. Daarom is het goed beide neusgaten uit te strijken.



Bij hoestende kinderen bij wie geen sputum voor onderzoek kan worden verkregen, kan beter een neus-keeluitstrijk dan een neusuitstrijk, een zogenaamde pernasale wat, worden ingestuurd.



 

Voor afname uit de nasopharynx ten behoeve van  bacteriologische diagnostiek, dient gebruik te worden gemaakt van de swab met minitip (urethra). Na afname van het material wordt de swab op het breekpunt afgebroken en in het verzendbuisje geplaatst en de oranje dop goed vastgedraaid.



 

Bewaarcondities voor transport


Koelkast (2-8º)

 



Frequentie


Alle werkdagen



 

Onderzoeksduur

2-3 werkdagen


 

Afname keelkweek

Algemeen

Een keelkweek wordt verricht om pathogene micro-organismen aan te tonen.

Mogelijke toepassingen

  1. Keelontsteking
  2. MRSA dragerschap
  3. Specifieke infecties

De wattenstok  dat wordt gebruikt  voor afname van kweekmateriaal voor zowel bacteriologisch onderzoek als virologisch onderzoek heeft een roze dop (zie foto). Na afname van het materiaal wordt de swab op het breekpunt afgebroken in het verzendbuisje geplaatst en de roze dop op het verzendbuisje goed vastgedraaid.

Benodigde klinische informatie

Klinisch beeld, waarschijnlijkheidsdiagnose.

Beschrijving methodes

Keeluitstrijk in specifiek transportmedium en bij voorkeur met een specifieke aanvraag insturen. Indien er geen specifieke aanvraag is, wordt gewoonlijk vooral naar hemolytische streptokokken (Groep A, B en C) gezocht. Specifieke aanvragen kunnen zijn difterie, meticillineresistente Staphylococcus aureus (MRSA), gonokokken en gisten.





Uitvoering keelkweek

Breng de wattendrager tot achter in de keel. Gebruik indien nodig een tongspatel om goed in de keel te kunnen kijken en de tong neer te houden. Met de wattenstok wordt een krachtige draaiende beweging (eventueel pus moet uit de tonsillen worden gedrukt) een uitstrijk gemaakt van beide tonsillen.

Bewaarcondities

Koelkast (2-8º)

Interpretatie

De interpretatie van de bevindingen hangt vooral af van de aard van het laboratoriumonderzoek en deze weer van de specificatie bij de aanvraag. Een negatief resultaat behoeft dus bijvoorbeeld difterie niet altijd uit te sluiten. Dragerschap van groep A-streptokokken komt voor, ook bij een virale keelontsteking, zodat isolatie niet bewijzend is voor streptokokken-angina.

Frequentie

Alle werkdagen

Onderzoeksduur

2-5 werkdagen

  

 

Afname feces

Algemeen
Een feceskweek wordt verricht om een pathogeen micro-organisme uit feces te isoleren.

Voedselinfecties en voedselvergiftigingen kunnen worden veroorzaakt door pathogene bacteriën, toxineproducerende micro-organismen of de toxinen zelf in voedsel.

Daarnaast kan een gastro-enteritis ook van virale of parasitaire oorsprong zijn.

Mogelijke toepassingen

  1. Diagnostiek bij gastro-enteritis
  2. Verdenking op dragerschap van darmpathogenen
  3. Mogelijke voedselvergiftiging of voedselinfectie bij meerdere personen
  4. Banale diarree bij overigens gezonde mensen gaat gewoonlijk spontaan over, ook wanneer de diarree in de tropen werd opgedaan. Laboratoriumonderzoek is vooral geïndiceerd indien meerdere mensen uit 1 gezin klachten vertonen, indien de klachten ernstig zijn of persisteren, en indien een groot risico bestaat voor besmetting van anderen.

 

Benodigde klinische informatie

Klinisch beeld (braken, diarree, koorts, krampen, bloedbijmenging, duur van de klachten, mogelijke relatie met voedsel, contact met bekende patiënten (Salmonella, Shigella), recent verblijf in het buitenland, immuun-/HIV-status, recent antibioticumgebruik, contact met (huis-)dieren, mogelijke bron van besmetting, tijdsduur tussen mogelijke besmetting en begin van de klachten en optreden van klachten bij één of meerdere personen.

 

Beschrijving methodes

De meeste pathogene bacteriën worden op selectieve media gekweekt. Zonder aanvullende informatie of specifieke aanvraag worden alleen Salmonella, Shigella en Campylobacter onderzocht. Bij vermelding van recent antibioticumgebruik, het ontstaan van diarrhee na opname in een kliniek of op specifieke aanvraag wordt tevens diagnostiek op Clostridium difficile ingezet.

Onderzoek op andere verwekkers gebeurt uitsluitend op specifieke aanvraag of indien de verstrekte klinische informatie daar aanleiding toe geeft. Het gaat hierbij om Aeromonas, Plesiomonas, Vibrio en Yersinia en om toxine producerende stammen van Staphylococcus aureus, Clostridium perfringens, Clostridium botulinum, Vibrio parahaemolyticum, Bacillus cereus, STEC (Shiga toxine producerende Ecoli).

Indien virale diagnostiek gewenst is wordt diagnostiek verricht naar Rotavirus, Adenovirussen en Norovirussen

Indien parasitologische diagnostiek gewenst is, dan dient het materiaal via de zogenaamde Dual  Feces Test (DFT-test) te worden aangeboden (zie aparte afname instructive voor DFT). Het onderzoek van voedselresten wordt door de Voedsel en Waren Autoriteit (voorheen Keuringsdienst van Waren) verricht.

 

Wijze van insturen

Feces voor bacteriële of virale diagnostiek in fecescontainer tesamen met een specifieke aanvraag of voldoende informatie zo snel mogelijk insturen naar het laboratorium.

Indien parasitologische diagnostiek gewenst is dient het materiaal via de DFT-test te worden aangeboden. Deze test bevat 2 fecesmonsters van 1 portie. De DFT test kan gecombineerd worden met diagnostiek op bacteriële verwekkers (monster 2), maar heeft als nadeel dat er een vertraging optreedt in de diagnostiek, omdat de  monsters pas na de derde dag gezamenlijk worden ingestuurd.

 

Bewaarcondities voor transport

Fecescontainer: koelkast (2-8ºC)

DFT-test: kamertemperatuur

Aanvraagformulier

Altijd klinische gegevens en mogelijke bron van besmetting vermelden.

Bij verblijf in het buitenland, vermelden waar en wanneer.

Specifieke aanvragen (naast Salmonella, Shigella en Campylobacter) apart aanvragen.

Interpretatie

Gezien het grote aantal darmpathogenen wordt in het laboratorium gezocht naar de meest prevalente verwekkers, tenzij sprake is van een specifieke aanvraag. Bij infectieuze enteritis is de verwekker vaak in ruime mate aanwezig en zal hij vlot gevonden worden. In dit geval is eenmalig onderzoek meestal voldoende. Bij dragerschap is de bacteriedichtheid meestal lager en kunnen meerdere onderzoeken nodig zijn om dragerschap uit te sluiten. Van het laboratorium mag worden verwacht dat een onderzoek niet als ‘negatief’ wordt afgegeven zonder de vermelding naar welke micro-organismen werd gezocht.


Bij voedselvergiftiging zijn de geïsoleerde bacteriën pas relevant wanneer ze in grote dichtheid voorkomen.

Bacillus cereus komt algemeen voor. De bacterie wordt nogal eens aangetroffen in rauwkost en gedroogd voedsel, bijvoorbeeld soepgroenten, maar ook wel in nasi goreng vleesspijzen en sauzen.

Staphylococcus aureus komt vooral op de menselijke huid en in huisstof voor. Bij voedselvergiftiging door deze bacterie is er geen koorts.

Clostridium perfringens komt vooral voor in geconserveerde levensmiddelen en geeft vaak primair verlammingsverschijnselen.

Vibrio parahaemolyticum kan in zeebanket voorkomen. Behalve deze bacteriële oorzaken zijn er nog vergiftigingen door paddestoelen, schelpdieren en chemicaliën.


Het resultaat van laboratoriumonderzoek is niet altijd belangrijk voor de behandeling van de patiënten, maar het kan helpen bij het voorkomen van explosies.



 

Frequentie

Alle werkdagen.

Onderzoeksduur

2 tot 4 dagen.

Afname DFT materiaal/Ontlasting voor parasietenonderzoek

D.F.T.© - test voor ontlasting onderzoek op darmparasieten

Inhoud

De test bestaat uit 2 containers: 1 container zonder vloeistof (A) en 1 container met vloeistof (B).

Op één dag moet ontlasting, direct na productie, in beide containers gedaan worden

Noteer op beide containers uw naam, geboortedatum en dag van afname van de patiënt.
Voor verzending volg instructie in de verzendenvelop.

 

Opmerkingen

  1. Patiënten met zichtbaar bloed op de ontlasting dienen in de containers behalve ontlasting met name ook bloed en slijm te doen, omdat daar de parasieten in kunnen zitten. De 2 containers moeten daarna direct naar het laboratorium gebracht worden.
  2. Indien u meerdere malen per dag ontlasting produceert, slechts met één productie beide containers vullen.
  3. Met name bij zgn. doorspoeltoiletten valt de ontlasting vaak direct in het water. Dit maakt het verzamelen lastig en kan de opbrengst van het parasitologisch onderzoek verminderen. Door voor de ontlastingproductie enkele langere stukken dubbelgevouwen toiletpapier op het wateroppervlak te laten vallen, wordt dit enigszins afgedekt. De ontlasting kan dan vanaf het papier verzameld worden.
  4. De containers kunnen bij kamertemperatuur bewaard worden.
  5. De gebruikte SAF-vloeistof heeft een geringe toxiciteit voor volwassenen. Huidcontact is, indien direct met water afgespoeld, niet schadelijk. De waarschuwing dient met name bij het voorkomen van het drinken van de vloeistof door kinderen.
  6. Voor verdere informatie en/of vragen met betrekking tot de uitvoering van deze test (dus niet de uitslag) kunt u contact opnemen met het laboratorium.
  7. De verpakking niet weggooien: hergebruiken voor retourzending

 

Go To Top